Home

Elzas & de Vogezen

De lente is in het land, een uitgelezen moment om de Elzas en de Vogezen te verkennen. Een prachtig gebied in het noordoosten van Frankrijk. Onderweg naar onze eindbestemming maken we nog enkele leuke tussenstops.

 

Geel – Trier | 260 km

Na een korte rit komen we aan in Trier. Het is vroeg lente en we hopen dan ook te genieten van een stralend lentezonnetje. We komen in de namiddag aan op camping Treviris. De camping bevindt zich dichtbij het centrum en de Moezelbrug. Perfect gesitueerd om Trier te verkennen dus. We besluiten dan ook om onmiddellijk het stadje te verkennen.

Wat meteen opvalt is de rijke Romeinse aanwezigheid die je nog steeds voelt. De Romeinen lieten ons hier dan ook heel wat na. De Romeinse overblijfselen zorgden er mede voor dat UNESCO Trier op de Werelderfgoedlijst heeft opgenomen. De Porta Nigra, beter bekend als de ‘zwarte poort’, is ongetwijfeld het bekendste monument. De poort was bestemd voor militaire doeleinden en is zeker een bezoekje waard. Vlak naast de Porta Nigra bevindt zich het stadmuseum Simeonstift. Een voormalig kloostergebouw dat rondom het bronplein ligt. Twee aanraders op slechts wandelafstand van elkaar. Hierna is het tijd om gezellig af te sluiten met een hapje en een drankje. De sfeervolle restaurantjes, terrasjes en winkels maken van Trier een bruisend stadje.

De volgende dag gaan we vroeg op pad. We nemen het openbaar vervoer en bestellen een kopje koffie op de Hauptmarkt. De Grote Markt is één van de mooiste stadspleinen van de Eifel en zelfs van Duitsland. Perfect om onze dag te beginnen! We verkennen de Dom, beter bekend als de kathedraal van Trier en de oudste bisschopskerk van Duitsland. Naast de Dom is de Liebfraenkirche gelegen. Naar beide gebouwen wordt gerefereerd als de ‘Dubbelkerk’. De Liebfrauenkirche is een gotische kerk terwijl de Dom over Romaanse elementen beschikt maar gebukt gaat onder overdadige barok. Een aanrader is het Dom- en Diözesanmuseum waar je een schitterende plafondschildering afkomstig uit het paleis van Constantijn De Grote kunt bewonderen.

We sluiten de dag af met een bezoek aan de Kaiserthermen. De oude Romeinse badhuizen werden vroeger ook gebruikt om te sporten en voor massages. Spijtig genoeg is de bouw nooit voltooid omdat Keizer Constantijn II Trier vroegtijdig verliet. Zijn opvolger liet de baden verwijderen en maakte er een ontvangsthal van. Tot op de dag van vandaag kan je de Romeinse restanten nog gaan bezichtigen.




Trier – Mettlach | 40 km

Wat vooral opvalt is de prachtige natuur waar de porseleinstad ook om bekend staat. Je kan hier dan ook een prachtige wandeling maken naar de imposante burcht Montclaire. Met kinderen erbij duurt de wandeltocht ongeveer 1,5 uur. Parkeren kunt u aan de B51, parkplatz St. Gandolf. Vanaf hier start de ontspannende wandeling.

Na deze tussenstop gaat onze tocht verder richting Lembach. Na 2 uur rijden bereiken we Lembach, gelegen in het hart van het Regionaal Natuurpark van de Noordelijke Vogezen. Lembach ligt in de Sauer-vallei, aan de samenvloeiing van twee rivieren: de Sauer en Heimbach. In de late namiddag nemen we deel aan een begeleide wandeling. We bezoeken de verdedigingslinie ‘Le Four à Chaux’, genoemd naar een kalkoven die vlakbij lag. Deze versterkte bouwwerken maken deel uit van de Maginotlinie die werd gebouwd in de jaren 1930. In totaal telt de Maginotlinie uit 58 verdedigingswerken. Le Four à chaux bestaat uit een onderaards gangenstelstel waar men tot 3 maanden in kon overleven. Maar we zien er ook uitschuifbare artillerietorens, een wapenmagazijn, een doktersblok,... Een indrukwekkend bouwwerk! Na onze toer rijden we ’s avonds nog een uurtje naar Straatsburg waar we ook overnachten.

We strijken neer bij camperplaats Porte de Schirmeck. We maken een ommetje langs Mettlach, de thuisbasis van porseleingigant Villeroy & Boch. Het lijkt wel of Mettlach één en al porseleinfabriek is. De fabriek van de beroemde keramiekproducten zelf kan je niet bezoeken, wel het prachtige keramiekmuseum in het Slot Ziegelberg. In één van de vele winkeltjes kunnen we nog enkele nieuwe Villeroy & Boch borden voor een prijsje op de kop tikken. De moeite waard dus!

 
Trier – Straatsburg |250 km

Straatsburg is de hoofdstad van de Elzas en zeker een stad dat op je lijstje moet staan. De stad wordt doorkruist door rivier de Rijn. Samen met Brussel is het de zetel van het Europees parlement. Maar dat is niet het enige waarvoor Straatsburg bekend voor staat. Wanneer we aankomen vallen meteen de vakwerkhuizen op die allemaal in dezelfde stijl gebouwd zijn. Het is een bruisende universiteitsstad dat toch een pittoreske indruk geeft.

In het stadscentrum genieten we van de kathedraal en het historische Maison Kammerzell dat nu een restaurant is waar je kan gaan dineren. We nemen een kijkje in de Duitse wijk met zijn grote boulevards en gebouwen in Haussmannstijl. Daarn gaan we met het openbaar vervoer richting Orangerie waar we de moderne gebouwen van de Europese instellingen bewonderen. We kunnen helaas niet binnen om een zitting bij te wonen. Dit kan je best op voorhand aanvragen. ’s Avonds maken we het gezellig en trekken we de bedrijvige wijk Krutenau in. Hier leeft Straatsburg volop met zijn bars en heerlijke restaurantjes.

 
Straatsburg – Ribeauvillé | 80 km

We zetten vervolgens onze reis verder en volgen de ‘Route des vins’. De ‘Route des vins’ is 180 km lang maar op een korte afstand heb je al veel hoogtepunten om te bezoeken. De route is heel duidelijk aangegeven, overal kan je even stoppen voor een glaasje, een degustatie of een maaltijd. We volgen de route en houden even halt in het schilderachtige dorpje Obernai. De prachtige marktplaats met vakwerkhuizen en de oude omwalling, waarover je kan lopen, zorgen voor een prachtig uitzicht.

Nog voor de middag rijden we naar boven want we willen het bedevaartsoord van Saint-Odile zien. Een steile klim brengt ons op 763 m hoogte. We hebben geluk en kunnen er zonder al te veel problemen parkeren. We bezoeken de kloosterkerk met een prachtige kruisweg van Charles Spindler. Het bedevaartoord bestaat uit verschillende kapellen. Maar het is de kapel van St.-Odile dat voor de meeste mensen het einddoel is. Alle bedevaarders eindigen hun tocht bij de beschermheilige van de Elzas ‘Sainte Odile’.

Hierna rijden we verder richting Ribeauvillé langs glooiende hellingen en kronkelende wegen tussen de wijngaarden. Het stadje is een pareltje op de Elzas-Vogezen ‘Route des vins’. Na onze rit is het dan ook tijd om te genieten van de typische romantische straatjes en vakwerkhuizen. Daarna vleien we ons neer op een terrasje met een heerlijk glaasje. In Ribeauvillé overnachten we op camping Municipale Pierre de Coubertin.

 
Ribeauvillé – Eguisheim | 23 km

We vertrekken op pad richting Riquewihr. Door de nauwe geplaveide straatjes, versterkte stadsmuren en pittoreske huisjes lijkt het alsof we in een sprookjeswereld zijn beland. Gebouwen uit de 13de tot 17de eeuw, een stadspoort met een valhek, verschillende kapellen en musea, vind je allemaal terug in Riquewihr. Na een bezoek aan deze middeleeuwse wijnstad verkennen we de wijnroute van de ‘Grand Crus’. Letterlijk betekent deze term ‘grote oogst’, ‘groot’ slaat daarbij op de kwaliteit. Het begrip is zelfs in de Franse wetgeving vastgelegd en wettelijk beschermd. In Bourgogne en de Elzas is 'grand cru' de term voor een uitstekende wijngaard met Appellation d’Origine Contrôlée (Franse kwaliteitscontrole op landbouwproducten).

Na de 2 uur durende route trekken we verder naar Kientzheim. In het kasteel van Kientzheim zetelt de ‘Confrérie Saint-Etienne’. Deze organisatie waakt over de kwaliteit van de wijnen van de Elzas en kent de labels toe. In het Musée du Vignoble et des Vins d’Alsace bezoeken we de uitgebreide en mooie vinotheek. We proeven er ook de uitmuntende ‘premier grand cru Schlossberg’. We bezoeken verschillende dorpjes op onze route om uiteindelijk halt te houden in Eguisheim. Eguisheim is geheel omringd door wijngaarden en daar worden de twee beste wijnen van de Elzas verbouwd; de Eichberg en Pfersigberg. Perfect om onze dag af te sluiten, gelukzalig al slurpend van een glas lokale wijn.

 
Eguisheim – Thann | 50 km

We kiezen camping des Trois Châteaux uit. De camping is vlakbij het centrum, de wijnboeren en op 50 meter afstand van het ooievaarspark. We willen deze dag besteden aan het verkennen van Eguisheim en omgeving. Eguisheim is samen met Riquewihr wellicht het beste bewaarde middeleeuwse dorp in de Elzas.

Het middeleeuwse dorpje staat niet alleen bekend om zijn wijnen maar ook voor zijn bloemenpracht. Eguisheim is in cirkels gebouwd rondom een kasteel uit de dertiende eeuw. Van de burcht is alleen de kapel midden in het dorp nog over. Jaarlijks komen meer dan 600 000 toeristen dit kasteel bezoeken. Oorspronkelijk was het een burcht die handelswegen bewaakte die gebruikt werden voor het transport van graan, zilver en zout. Het kasteel werd verwoest door de Zweden tijdens de 30-jarige oorlog. Keizer Wilhelm II gaf de opdracht om het kasteel herop te bouwen. Een imposant bouwwerk waar je zeker eens langs moet gaan.

Als je door het dorp wandelt, waan je jezelf in tekeningen van kunstenaar Anton Pieck. Oude vakwerkhuizen, balkons, erkerramen, scheefgezakte puntgevels, het is een ontroerende belevenis. Via het Syndicat d’Initiative boeken we een rondleiding langs de wijnroute inclusief proeverij. Leerrijk! In de late namiddag rijden we door naar Thann. Thann is het eindpunt van de ‘Route du Vin’. We springen even binnen in de immense kathedraal van het stadje en slenteren daarna nog even rond. Na enkele glaasjes Riesling zoeken we onze camper op.

 
Thann – Colmar – Geel | 580 km

De volgende dag rijden we verder tot Comar. We parkeren in de Rue de la Cavalerie, op loopafstand van het centrum. Colmar is de hoofdstad van de Elzas-wijn. Wij genieten van de mooie schilderachtige oude wijken, kleurige huisjes, fleurige bloembedden en gezellige kanaaltjes. Als laatste staan het Musée d’Unterlinden en Maison des Vins op het programma. Colmar was de laatste stop op onze planning. Een leuke afsluiter. Na een deugddoende vakantie keren we op het einde van de dag stilletjes terug naar huis. Met onze gedachten nog steeds bij ‘la douce France’.