Home

Hongarije

Hongarije floreert!  Het is al de 10e keer dat we de Hongaarse grens kruisen. Maar vooral dit jaar valt de grote vooruitgang op. Er wordt hard gewerkt aan wegen en gebouwen. Ook de steden worden in een nieuw jasje gestoken, bloeien open en komen helemaal tot hun recht. Je proeft de verandering hier gewoon. 

 
 
 
Op weg richting Boedapest via de Donauknie

Onze eerste halte is het bruisende Budapest, de hoofdstad van Hongarije. Via grenspost Hegyeshalom rijden we richting Györ om zo langs de Donau in één van de oudste steden van Hongarije, Esztergom uit te komen. De voormalige koningsstad bevindt zich op slechts 50 km van Budapest. We bezoeken er de classicistische basiliek die gebouwd werd naar het voorbeeld van de Sint-Pietersbasiliek in Rome. Met een lengte van 118 meter, is het de grootste kerk van Hongarije. In de kelder bezoeken we de crypte waar Kardinaal Mindszenty ligt begraven. Aan de bloemen is duidelijk te zien dat de Hongaren hem nog steeds een warm hart toedragen. Hierna wandelen we over de brug die Hongarije verbindt met Slowakije en ons een prachtig uitzicht biedt op de monumentale gebouwen. De Donau vormt hier letterlijk de grens met Slowakije.

 
 

We vervolgen onze weg langs de brede en drukke Donaubocht, ‘Donauknie’ genaamd. De burcht van Visegrad (het voormalige koninklijk paleis) doemt op aan onze rechterkant. We rijden voorbij het mooie openluchtmuseum Skanzen en houden halt op de parkeerplaats bij Szentendre. Een typisch, gezellig Hongaars dorpje. Langs vele kraampjes bereiken we de hoofdstraat en bezoeken er de kunstgalerij met beelden van Margit Kovacs. Hierna kunnen we niet weerstaan aan de verleiding om het marsepeinmuseum Szabo Marcipan te bezoeken.  Een snoepversie van het parlement, de Queen en Michael Jackson zijn maar enkele van de vele figuren en gebouwen die hier te vinden zijn. Hier krijgen we honger van. We lunchen op het terras van Trattoria Cardinale met zicht op de Donau. We komen er meteen te weten dat restaurant in het Hongaars “étterem” is. Handig voor de toekomst! Na onze heerlijke Italiaanse lunch rijden we via Budakalasz en weg 11 naar de camping in Üröm, gelegen op de rand van het Pilisgebergte. We worden hier vriendelijk en in het Duits ontvangen op camping Jumbo.



 

Met bus en metro Boedapest in

Het is slechts 10 minuutjes wandelen tot aan het dorp. Vanaf het dorpje brengt de bus ons in een half uur rijden tot aan de ‘Arpad Hid’. De langste brug van heel Hongarije. We steken de weg over, gaan naar links en nemen metrostel M3 tot ‘Deak TéR’. Bovengronds komen we meteen in de grote winkelstraat ‘Vaci Ut’ uit. Maar voor we de winkels induiken, genieten we eerst even van een lekkere koffie met gebak in het vermaarde “Kavehaz Gerbeaud” of Café Gerbeaud op het autovrije plein ‘Vörösmarty Tér’. Wat kan het leven mooi zijn! Dat wist ook Keizerin Elizabeth, beter bekend als Sissi, die hier 130 jaar geleden achteraan een vast hoekje had om te genieten van al het lekkers. Smullen geblazen. Na de middag staat het parlement op de planning. De imposante trappenhal met porseleinen beelden en geschilderde panelen zijn stuk voor stuk juweeltjes. Maar het topstuk hier in het parlement is natuurlijk de gouden kroon met het hellende kruis van Stefanus, de eerste koning van Hongarije.



De volgende dag keren we terug en rijden we met de metro tot ‘Hösök Ter’, het Heldenplein. In het midden van het immense plein staat het Milleniummonument met aartsengel Gabriël omringd door 7 Hongaarse stamhoofden. Het plein werd aangelegd om de duizendste verjaardag te vieren van de Hongaarse ‘landname’. Naast 
het Heldenplein vind je het Museum voor Schone Kunsten en de Kunsthal. Het monument en beide gebouwen werden ontworpen door Albert Schickedanz. Achter het plein ligt het stadspark en je kan er ook enkele thermen terugvinden, iets waar Boedapest bekend om staat. Wij duiken één van de zijstraten in voor een eenvoudige lunch met ‘pörkölt’, een Hongaars stoofpotje en een glas ‘bikaver’, een donkerrode Hongaarse wijn. We passeren het Gellert hotel met zijn befaamde thermaal baden. We willen het Vissersbastion bezoeken en nemen de tandradbaan tot boven. Als je wil kan je dit ook te voet doen. Boven aangekomen hebben we een prachtig zicht over de Donau en Pest, inclusief het parlement dat we net bezocht hebben. Het terras met sneeuwwitte natuurstenen, muren, trappen, torens, arcaden en de mooie Matthiaskerk zorgen ervoor dat dit bastion een drukbezocht trekpleister is in Budapest. Het dak met zijn kleurrijke porseleinen pannen uit Zsolnay, trekt onze aandacht. Vanaf het bastion gaat een imposante trap met 145 treden naar beneden naar de Waterstad. 



 

Urom – Eger

Het barokstadje Eger wordt beschreven als één van de mooiste steden in Hongarije. Bovendien is het een must omwille van de bekende Egri Bikaver wijnen. We parkeren ons in Dobo Istvan Ut, op ongeveer een half uurtje wandelen van het centrum. De blikvanger is de monumentale basiliek aan de rand van het centrum. We passeren ook de 40 meter hoge minaret maar die wordt gerestaureerd. Daarna wandelen we over het grote marktplein met het standbeeld van Dobo Istvan die met 2.000 soldaten 125.000 Turken wist te verdrijven in 1552. Geza Gardonyi schrijft hierover dat de vrouwen stierenbloed met wijn mengden waardoor de kracht en strijdlust van de verdedigers toenam. Meteen is de naam van deze bekende, plaatselijke wijn verklaard. Bikaver betekent letterlijk stierenbloed. Ongeveer de helft van de geëxporteerde wijnen komt uit de buurt van Eger. We rijden verder naar de rand van het stadje, naar de ‘Vallei van de Schone Vrouwen’ die bekend staat voor zijn 200 wijnkelders. De kelders zijn allemaal uitgehouwen uit vulkanische tufsteen waardoor de wijn op een constante temperatuur blijft.

  
 

Eger – Tokaj – Hajduböszörmény

De volgende ochtend trekken we verder. We blijven rechts van het Bükkgebergte om zo via Miskolc 120 km verder in Tokaj te belanden.. Na heel wat zoek- en vraagwerk komen we terecht bij het restaurant-wijnhuis van Mihaly Hóllokoi. We trakteren onszelf op een lunch en betalen 1500 forint om 6 glazen Tokaj te proeven. De proeverij vindt gedeeltelijk plaats in het restaurant en in de eeuwenoude kelder waarin we via een lange trap afdalen. Deze in rotsen uitgehakte gistingsplaats is eeuwenoud. We proeven nu de Tokaj, de ‘Wijn der koningen, koning der wijnen’, zoals Lodewijk XIV deze noemde. De houten vaten liggen aan beide zijden van de gang tegen de rotswand die bedekt is met een dikke laag schimmel Het is deze schimmel Botrytis (= aszú) cinerea die zich op de schil vastzet waardoor het vocht verdampt uit de druif. Hierdoor verschrompelt de druif en de hoeveelheid suiker en droge stof neemt toe. Deze wijn wordt gemengd met most van niet aangetaste druiven. Na deze uitstekende wijnproef rijden we (verantwoordelijk) verder tot op de rand van het Hongaars graslandschap naar camping ‘Castrum Termálkemping’. Bij de receptie krijgen we een armband waarmee we toegang hebben tot de heerlijke binnen en buiten thermaalbaden met temperaturen van 30° tot 35°C. Dit allemaal in de prijs inbegrepen. Heerlijk genieten! 

 

Hajdúböszörmény – Hortobagy – Tiszakécske

Vooraleer we onze route door de haast eindeloze vlakte (poesta) aanvatten, rijden we even naar links om het centrum van de tweede grootste stad van het land, “Debrecen”, te verkennen. Ondanks het hoge inwoneraantal heeft de stad toch haar provinciale charme weten te behouden. De enige hoofdstraat brengt je naar de okerkleurige kerk in classicistische stijl. De stad lijkt nog het meest op een groot dorp. Toch is het de zetel van wel drie universiteiten. Na een tijdje rondgedwaald te hebben, rijden we verder naar Hortobagy om de brug met negen bogen te aanschouwen. Volgens de legende zijn de bogen negen lieve en verliefde jongedames die hun armen strekten om zo een vluchtroute te creëren voor een vogelvrij verklaarde schurk. Nadien versteenden de meisjes en veranderden ze in bogen. Via het industriële Szolnok bereiken we Tiszakécske en overnachten op camping Anita. Een grote ACSI-vlag wijst ons de weg. Ook hier kan je weer genieten van de thermaal baden. Eerst gaan we de omgeving verkennen. De vele drankstalletjes en stranddouches roepen de sfeer van een badplaats op. Gezellig!

 

 

Tiszakécske – Keckskemet – Lajosmizse

Onze eerste halte vandaag is Keckskemet. De weg hiernaartoe is omzoomd door bossen. We passeren een luchtmachtbasis van de Nato terwijl een straaljager onze aankomst in Keckskemet aankondigt. Bij het station vinden we een goede parkeerplaats. Na 10 minuten stappen in het centrum. Het stadhuis met de kleurrijke Zsolny dakpannen is prachtig. Elk uur klinken de klokken van de beiaard doorheen de stad. Wandelend met onze plattegrond in de hand laten we ons ontroeren door het prachtige Cifrapalota, de kunstgalerij, in Secessionstijl. Gaudi is hier niet ver weg. Hierna gaan we naar de paardenshow bij de tanyacsárda in Lajosmizse. In ruil voor € 25,50 inkom krijgen we een “Palinka”, een rit op een kar getrokken door 2 paarden. Daarna worden we uitgenodigd om plaats te nemen op een tribune voor demonstraties door Csikós (paardenherder) die hun kunstjes op paarden en zelfs op ezels tonen. Tegen een enorme snelheid rennen ze op hun paarden, zonder zadel, over de piste. Prachtig om zien.


 

Keckskemet – Magyaregregy

We rijden over weg 52 naar Szekszard. Carla, de Nederlandstalige eigenares van de camping ontvangt ons midden in het groen. Aan de overkant van de camping ligt het zwemparadijs van de gemeente. We besluiten om van hieruit het stadje Pecs te bezoeken, ongeveer een 150 km verderop. We parkeren aan de rand van de stad en wandelen op de resten van de stadswallen tot bij de dom. Met zijn 70 m op 27 m is de dom het grootste romaanse bouwwerk in Hongarije, afgewerkt met prachtige fresco’s op de binnenmuren van de kerk.

Hierna rijden we verder naar Villány in het Mecsek-gebergte. Dit is het meest zuidelijke en warmste wijngebied van Hongarije. Een zeer mooi gebied. Hier wordt zelfs meer rode dan witte wijn geproduceerd. We bezoeken er het wijnhuis Halasi Pince en genieten van een heerlijke Kékoportó en Cabernet Sauvignon gepaard met een rundsbouillon, varkenshaasje en als afsluiter roomtaart. Nadien snuiven we de sfeer op van de verschillende wijnhuizen- en kelders langs de hoofdstraat. We maken een ommetje langs het complex waar het Zsolnay porselein vandaan komt. De creaties die we her en der tussen de gebouwen tegenkomen zijn prachtig.


 

Balatonmeer

We kunnen niet anders dan enkele dagen aan het Balatonmeer verblijven. Met onze CCA-kaart betalen we € 11 voor de camping. Het fietspad langs het meer grenst aan de camping. Hier maken we natuurlijk gretig gebruik van. Eindelijk eens fietsen op Hongaarse bodem.



Zal (Keszthely) – Tihany – Pápa

Het schiereiland Tihany staat nog op ons verlanglijstje. Het eilandje is een kleine vulkanische uitstulping aan het Balatonmeer. We wandelen eerst over het knuppelpad en daarna rijden we verder naar het centrum. We bezoeken de Benedictijnenabdij en bezoeken de crypte waar koning Andras en zijn zoon begraven zijn. We verlaten de crypte en wandelen onverwacht door een mooi museum. Even verderop ontdekken we een galerij waar een lokale kunstenaar zijn foto’s tentoonstelt. We komen weer tijd te kort!

Wij trekken verder naar onze laatste Hongaarse halte, Pápa. In Pápa verblijven we op de mooiste camping van Hongarije. De plaats voor onze camper is perfect en we genieten van een dagje rust. De volgende dag trekken we te voet het centrum in. We betalen 700 forint voor een bezoekje aan het museum van de blauwververij.

Op onze laatste dag bezoeken we de majestueuze abdij van Pannonhalma. Die ook op het lijstje van UNESCO werelderfgoed staat. We betalen 3000 forint en gewapend met een audioguide verkennen we het bouwwerk. De kerk is minimalistisch ingericht en toont de overgang van romaanse naar gotische stijl. Wereldberoemd is de oude bibliotheek die vele kostbare werken herbergt. We wandelen ook door de tuinen en het arboretum tot onze maag ons herinnert aan het late uur. We laten ons verwennen in het restaurant ‘Viator’, vermeld in de Gault Millau én vlakbij. Hemels lekker en natuurlijk heerlijke wijnen! De perfecte afsluiter van een zalige reis.