Home

Normandië - Bretagne

Zo dichtbij en toch zo verschillend. Op het gebied van cultuur en bezienswaardigheden heeft Normandië heel wat te bieden. Behalve schilderachtige dorpjes, talrijke kunstmusea en prachtige natuur zijn er natuurlijk de invasiestranden die de bevrijding van Europa inluidden. Normandië herbergt een hele reeks historische trekpleisters en een eeuwenoude geschiedenis maar we kunnen er eveneens proeven van het beste dat de zee te bieden heeft. Een verse vangst heerlijke fruits de mer is in onze gedachten dan ook onlosmakelijk verbonden met Normandië.




 

Geel – Fécamp | 448 km

Met onze camper volgen we niet het snelste traject dus vermijden we de tolwegen om onderweg te genieten van de mensen en het landschap. Via Antwerpen, Gent, Lille en Amiens bereiken we Fécamp in de vroege namiddag. Overnachten doen we op een eenvoudige en gratis camperplaats vlakbij de jachthaven en de vismijn. De stranden die deze reis ons pad zullen kruisen hebben allemaal namen van edelstenen gekregen. In Fécamp kijken we uit op de Côte d’Albâtre (de Albasten kust). We wandelen langs de vele restaurantjes bij de haven. Het kerkje hoog boven op de klif trekt onze aandacht. Het lijkt wat ver om helemaal te voet naar boven te stappen. Dus gaan we terug naar onze camper om via de D79 de ‘Chapelle Notre Dame du Salut’ te bereiken. Het kerkje is opgericht als dank voor de redding van een schipbreuk van hertog Robert I in de 11de eeuw. De huidige kapel kreeg echter pas vorm in de 13de eeuw. Binnen vind je vele ex voto’s terug (voorwerp geplaatst in een gewijd oord) van schepen. De kapel zelf dient als bescherming voor vissers en als eerbetoon aan verdronken zeelui. Vanop de klif genieten we van een prachtig zicht over de kustlijn tot in Etretat.

De volgende dag bezoeken we eerst het nabijgelegen toeristenbureau en wandelen tot bij het ‘Palais Bénédictine’. Een prachtig gebouw uit de 19 de eeuw in eclectische stijl. Hier werd de heerlijke likeur ‘Bénédictine’ geboren. Nu gedistilleerd in het zuiden van Frankrijk. We krijgen een Nederlandstalig bezoekersgidsje mee en doorlopen het gebouw op eigen tempo. we bewonderen eerst een reeks religieuze beelden, schilderijen, kelken en zilverwaren. Daarna is de galerij met moderne kunst aan de beurt en tenslotte worden we opgewacht door een gids die ons begeleidt langs de distilleerderij. Als afsluiter van onze verkenning krijgen we een glaasje Bénédictine te proeven. Na ons bezoek wandelen we nog tot bij de abdij ‘Abbatiale de la Sainte-Trinité’. We bekijken er de voetafdruk van de engel en het astronomisch uurwerk dat de tijdstippen van de getijden aangeeft.


 

Fécamp – Honfleur | 50 km

Dichtbij de haven in Honfleur op 800 m van het centrum vind je verschillende camperplaatsen met alle voorzieningen. We gaan te voet terug naar het centrum, via het marktplein en het Syndicat d’Initiative volgen we de steile klim naar de klif. Twintig minuten later zijn we boven en kunnen we weer uitkijken op krijtrotsenformaties langs de kust. Langs een trap van 290 treden dalen we af naar de kust. Lekker even uitwaaien aan zee en dan terug op pad! Langs de ‘Pont de Normandie’ en € 6,30 tol bereiken we Honfleur. Eerst trekken we ons terug in onze camper voor een deugddoende nachtrust. De volgende dag is het gezellig druk in het centrum en op de terrasjes bij de havengeul van Honfleur. In de volledig houten kerk ‘Sainte-Catherine’ merken we aan de brandende kaarsjes dat ‘Theresia van Lisieux’ hier nadrukkelijk wordt aanbeden. We genieten van de vele kunstwinkeltjes. De volgende dag, het is zaterdag, keren we terug om het leven op de wekelijkse markt te ervaren en te genieten van de ‘Andouillette’, een worst met allerlei vleessoorten.


 

Honfleur – St. Aubin-sur-mer | 70 km

We kiezen voor een camping op 300 m van de kust, ‘Seasonova Les Mouettes’. Juist buiten het dorpje Veules-les-Roses gelegen, bovendien kunnen we er terecht met onze campingcar. We maken een ommetje langs de ietwat mondaine badplaats Deauville. We parkeren aan Boulevard des Sports op de ‘Aire Municipale’. We wandelen tot bij de houten wandelpromenade, doen aan window shopping langs de prachtige boetieks en genieten van een koffie met wat lekkers in het bekende ‘Dupont avec un thé’. We rijden verder naar ‘Café Gondrée’ bij de ‘Pegasus Bridge’ aan het kanaal van Caen. Deze brug werd als eerste bevrijd op 6 juni 1944. We gaan langs het museum en een Nederlandse film vertelt ons het hele verhaal. Daarna trekken we terug naar onze camping waar we genieten van een duik in het verwarmde, overdekte zwembad. De volgende dag bezoeken we het museum ‘Memorial de Caen’. De toegang tot de speciale parkeerplaatsen bedraagt €16,50. Drie uur vertoeven we in één van de betere musea i.v.m. D-Day. Vergeet ook niet een bezoekje te brengen aan de bunker. Na de middag bezoeken de ‘Abbaye aux Hommes’ met de graftombe van Willem de Veroveraar en vervolgens gaan we een heel eind terug tot bij de ‘Abbaye aux Dames’, gesticht door Mathilde de Flandre, vrouw van Willem de Veroveraar. De volgende dag staat het ‘Tapijt van Bayeux’ op het programma. Een audiogids vertelt ons al wandelend het hele geborduurde verhaal over de slag bij Hastings in het Nederlands. We lunchen in ‘Le Lion d’Or’ in de Rue St-Jean. De talrijke foto’s aan de muur portretteren de vele beroemdheden die hier hun opwachting maakten. Halfweg de namiddag bezoeken we nog een authentieke ciderie en calvadosstoker ‘Bernard Lebrec’ in Englesqueville la Percée. Van daar rijden we via Arromanches terug naar onze camping. We trekken er nog een dag op uit om een bezoek te brengen aan het Amerikaans kerkhof, Colleville-sur-Mer en Sainte-Mére-Eglise, waar John Steel met zijn parachute aan de kerk hangt. Het museum kost ons € 8 per persoon.


 

Veules-les-Roses – Pontorson | 142 km

Via de A84 rijden we tot bij de supermarkt Carrefour. We kunnen er gratis staan en ook water lozen kan. We rijden tot bij de grens van Bretagne, Pontorson. Na een avondwandeling in Pontorson en een nachtje slapen, is het tijd om onze fiets uit de garage te halen. Langs de oevers van de Couesnon fietsen we stroomafwaarts richting de oceaan tot bij de Mont St-Michel. Een eindje voor de doorsteek tot bij de Mont St-Michel kunnen we onze fiets stallen en lopen we naar de weg tot bij de bushalte. De shuttlebus brengt ons gratis over de brug tot in de omgeving van de toegangspoort bij de heilige rots. 250 treden later en 7 euro armer, bestuderen we de geschiedenis van de abdij en genieten we van het prachtige uitzicht over een oceaan die langzaam opkomt. Als we afdalen gaat onze aandacht naar de talrijke souvenirwinkeltjes, en valt ons oog op een vrij tafeltje in de alombekende herberg ‘La Mère Poulard’. We nemen de shuttlebus terug naar onze fietsen. Amper een goed half uur later staan we terug bij onze camper en genieten we met nog 5 andere campers van de Normandische rust.

 
 
 

Pontorson – Saint-Malo (Les Ilots) | 200 km

We staan voor € 5,50 op een mooie camperplaats met afgebakende plaatsen inclusief de noodzakelijke voorzieningen en elektriciteit. De lijnbus stopt bij de camperplaats en brengt ons na 7 km in Saint-Malo. We volgen de kustweg richting Cancale. Vandaag willen we alles te weten komen over oesters. We bezoeken de kwekerij ‘La Ferme Marine’ in Cancale. We betalen € 10,5 inkom. Samen met andere bezoekers krijgen we als intro een Nederlandstalige video te zien. Nadien leren we meer over het kweken en groeien van oesters terwijl we uitkijken over de zee. Gevolgd door een kijkje achter de schermen en kunnen we zien waar de oesters worden gesorteerd en verpakt. Nu we weten wat voor intensieve arbeid er schuilgaat achter de hele oesterproductie, snappen we dat oesters duur zijn. Als afsluiter krijgen we in een gezellige ruimte bij een fris glas wijn drie heerlijke oesters om te proeven. Wat een verfrissende, zilte delicatesse. Voldaan zetten we onze tocht verder. Na het bezoek aan de oesterkwekerij stoppen we even bij ‘La Pointe du Grouin’ om de aanblik van de omgeving op ons te laten inwerken. Iets verderop woonden Leon Ferre en Alain Delon een tijdje. We rijden tot de camperplaats in Les Ilots, vlakbij de kust. Eerst even inchecken en de busuren raadplegen en dan op naar het strand op 50 m van de camping. Morgenvroeg zullen we Saint-Malo verkennen. Alle 45 minuten gaat er een bus tot bij de toeristische dienst die dichtbij de stadspoort ligt. We vertrekken om 9u gewapend met rugzak en plattegrond. We stappen door de stadspoort, passeren restaurant Chateaubriand en klimmen zo de stadswallen op. Wanneer we over de muren van de omwalling leunen, zien we stammen in het water. Ze worden om de 30 jaar vernieuwd en dienen om de opkomende vloed te breken en te verhinderen dat de muren van de omwalling worden vernield. Het verschil tussen eb en vloed zou hier tussen de 8 m en de 15 m bedragen. Dat komen we te weten door een gids die we toevallig ontmoeten en die nog aan het wachten is op zijn groep.


Saint-Malo is onlosmakelijk verbonden met piraterij. De kapers (‘Corsaires’) handelden, bijna als een regulier leger, in naam van de staat. Saint-Malo gedroeg zich als een echte stadsstaat en onderhandelde zelf met andere zeemogendheden. Gelijktijdig werden echter (voor Engelse) schepen, beroofd. De bekendste en meest ridderlijke kaper was Robert Surcouf wiens standbeeld we zien bij de wallen. De piraten die een deel van de buit mochten houden, bouwden daarmee mooie huizen. In 1661 werd de stad volledig verwoest door de uitbraak van een reusachtige brand. Om zo'n grote brand in de toekomst te voorkomen werd de volledige stad heropgebouwd in graniet. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de stad volledig vernield en daarna hersteld, zoals Vauban dit had gedaan na de grote brand van 1661. Ze hergebruikten materialen en het resultaat is precies een exacte kopie van hoe de stad er voordien had uitgezien. We verlaten de wallen om de kathedraal te kunnen bezoeken. Daar bezoeken we het graf van Jacques Cartier die Canada ontdekte en Quebec stichtte. Je kan er een mozaïek
 terugvinden van Cartier die neerknielt voor hij vertrekt naar Canada. Bij de jachthaven staat het standbeeld van Chateaubriand, de Franse schrijver en politieker. We kijken uit op het rotseiland, een eindje verwijderd van het strand van Saint-Malo, waar hij ligt begraven. Chateaubriand klinkt je waarschijnlijk bekend in de oren. De schrijver kreeg op een zekere avond van zijn kok een stuk vlees voorgeschoteld dat gesneden was uit een tournedos. Chateaubriand vond deze biefstuk overheerlijk en al vlug werd het malse vlees een gewild gerecht in de hogere kringen. De chateaubriand was geboren! Ondertussen hebben wij zelf honger gekregen na deze lange dag. We nemen de bus terug naar de camperplaats waar we genieten van een zelf gekookte maaltijd. Morgen zetten we onze ontdekkingstocht doorheen Bretagne verder.

 


 

Les Ilots – Lancieux | 33 km

De camperplaats ‘Camping Municipal Les Mielles’ ligt op 300 m van het strand en beschikt over alle faciliteiten. We betalen hier € 11 per nacht maar voor stroom moet je bijbetalen. We hebben een hele dag om rustig de kust van de ‘Côte d’Emeraude’ (smaragdkust) te verkennen. We verlaten Les Ilots en Saint-Malo om de stuwdam ‘Usine Marémotrice de la Rance’ te bekijken Het is de oudste en tweede grootste getijdencentrale ter wereld. Hier wordt op een milieuvriendelijke manier elektriciteit opgewekt. We buigen af naar de kust en Dinard. We genieten er van de prachtige villa’s (eind 19e, begin 20e eeuw). Met onze gedachten nog bij de oesters van Cancale gaan we op zoek naar een restaurantje. We vinden er enkele eetplaatsen waar we ‘Moules de bouchot’ zien geafficheerd,  kleine maar fijne mosselen. Het zijn niet de volumineuze Zeeuwse mosselen die we in gedachten hadden, maar het smaakt desondanks. We rijden verder langs St.-Lunaire en St.-Briac om onze tent op te slaan in Lancieux.

 

 

Lancieux – Dinan | 21 km

We staan op een echte camperplaats, dichtbij de rivier en op slechts 500 m van het centrum. Betalen doe je aan een betaalautomaat. We overnachten er voor € 4. Na 19 u sta je er gratis. We gaan onmiddellijk de stad in. De omwalde stad verrast ons met de talrijke sprookjesachtige vakwerkhuizen die soms vervaarlijk overhellen maar een ware streling voor het oog zijn. Wie zong dit ook al weer? We gaan de basiliek Saint–Sauveur binnen. Hier ligt het hart van ‘Bertrand du Guesclin’ begraven. Deze Franse veldheer bevrijdde Normandië en Bretagne van de Engelsen.



 

Dinan – Nantes | 171 km

We komen aan bij Nantes Camping. We kopen bij de receptie een dagkaart van € 8 waarmee we zowel de tram als de bus kunnen nemen. We zijn ongeveer 10 minuutjes verwijderd van het centrum van Nantes. En de tram stopt vlakbij. Na één nachtje in Dinan komen we langzaam aan het einde van deze trip. Maar niet zonder het kasteel van Combourg te hebben bezocht. Je kan het indrukwekkende kasteel enkel met gids bezoeken. Hiervoor betalen we € 8,50. We krijgen een Nederlandstalige folder mee die ons moet helpen de fratsen, die de vader van Chateaubriand uithaalde, te begrijpen. De rondleiding is wel in het Frans. Zijn zoon François René de Chateaubriand vond hier de inspiratie voor zijn romantische boeken. We rijden door naar Nantes, het voorlopige eindpunt van deze ontdekkingstocht. En de geboorteplaats van de indrukwekkende Machines de l’Ile. Waaronder een vernuftig gebouwde mechanische reuze-olifant die Antwerpen al eens een bezoekje heeft gebracht. Ook een reuzenspin, een slak, een reiger, … zijn andere creaties gebaseerd op de fantasieën van Jules Verne. Je kan een tochtje maken op de mechanische olifant voor € 7,40. En je krijgt een kleine inkijk in het atelier. Natuurlijk behoort de mystiek tot een deel van de charme. Daarna wandelen we de stad in die rijk geworden is met slavenhandel. We gaan door de Passage Pommeray. Een overdekt winkelcentrum waar je een theater, restaurants en mooie boetieks kan terugvinden. De prachtige stenen trappen brengen je van de ene verdieping naar de andere. De winkelstraat Rue Crébillon moet er ook aan geloven. We volgen nadien de groene streep op het wegdek, getrokken om de stad te verkennen. Eten doen we in één van de talrijke eethuisjes in de Rue des Petites Ecuries. We bezoeken de kathedraal met het beroemde grafmonument van Frans II, hertog van Bretagne, en de burcht van de Hertogen van Bretagne. Onderweg passeren we een grote kermis die voor heel wat ambiance zorgt. Langs de ringlaan genieten we van de sfeer bij de talrijke kraampjes en molens. Met een overvolle tram gaan we terug naar onze camping. De kans is groot dat ze ons hier nog terug zien. We zijn vlakbij huis en krijgen geen genoeg van deze prachtige regio.