Home

Zweden - Noorwegen


We doorkruisen Zweden, het land van de eeuwig zingende bossen en mystieke trollen om Noorwegen te bereiken. Noorwegen roept ons met zijn ruige fjordenkust en kristalheldere meren die tussen de hoge bergen kronkelen. Scandinavië staat dan ook bekend om zijn prachtige, ongerepte natuur. Een kleurrijk schouwspel van groen en blauw dat je de adem beneemt. 

 

Geel – Duisberg  Bremen | 426 km

We zijn ongeduldig om onze bestemming te bereiken en kiezen dan ook voor de (betalende) camperplaats het dichtste bij de stad. Alle faciliteiten worden hier aangeboden. We willen er niet te lang over doen om aan het doel van deze reis te kunnen beginnen. We houden het dan ook bij een vluchtige verkenning van Bremen, een oude Hanzestad (samenwerkingsorganisatie van Duitse kooplieden). In de Schnoor kan je de fraaie 15e en 16e eeuwse huisjes bekijken. De middeleeuwse hoofdstraat is de oudste straat in Bremen en zou bovenaan je lijstje moeten staan.  Het interieur van de Ratskeller loont de moeite en is ideaal als tussenstop voor een kleine hap of een diner.  Natuurlijk bezoeken we ook  het Raadhuis en het beeld van Roland, die behoren tot het werelderfgoed van Unesco. Als afsluiting passeren we ook nog het beeldhouwwerk van de Bremerstadsmuzikanten.

 

Bremen – Lübeck Faro | 325 km

Het wordt duidelijk dat het rustige rijden voorbij is. Gelukkig moeten we enkel nog de vuurlinie van Hamburg trotseren. We stevenen af op onze eerste overzet via Puttgarden (opgelet niet Putgarten) – Rodby (Denemarken). We betalen met onze creditcard € 276 retour (de overzet Helsingo - Helsingborg inbegrepen). Dat is goedkoper dan een ticketje kopen in Zweden. We moeten niet lang wachten en de overzet neemt 1 uur in beslag. Als we aankomen in Rodby rijden we meteen door naar de camperplaats in Faro, in de hoop er nog een plaatsje te bemachtigen. De camperplaats ligt achter de brug, rechts bij de zee. We hebben geluk en we kunnen ons rustig installeren. Waterinname en chemisch toilet zijn hier voorzien en de parkeerplaats is gratis. We genieten van de zee en de omgeving om daarna vroeg onder de wol te kruipen. Morgen hebben we een lange rit voor de boeg en rijden we één trek door tot Sunne.

 

Faro – Sunne | 664 km

Je kan onderweg naar Sunne Göteborg bezoeken, maar we besluiten het stadje links te laten liggen. We moeten nog 147 km rijden voordat we Denemarken hebben doorkruist. Via de E47, waar je weinig benzinestations tegenkomt, rijden we omheen Kopenhagen en bereiken we Helsingor voor onze tweede overzet. De slagboom gaat open op vertoon van ons ticket. We gaan in de juiste rij staan met onze motorhome en slechts enkele minuten later worden we aangemaand in te schepen voor de overtocht van nauwelijks een kwartier naar Zweden. We tanken hier aan 14,34 ZK ( 1,62 euro). We volgen deE20. Het landbouwgebied maakt stilletjes aan plaats voor de Zweedse bossen. We rijden via de E45 richting Karlstad, en merken aan de skiliften dat er geskied wordt in het winterseizoen. We zien de E45, die volop in aanbouw is en wat een slordig en soms moeilijk te berijden traject markeert. We rijden even de E18 op, de autoweg die Stockholm met Oslo verbindt en die we weer verlaten op een 20 km voor Karlstad om zo via weg 234 in Sunne, onze bestemming, te belanden. Onze camperplaats is heel bijzonder. Je betaalt bij Margreet en Laurens € 10. Zij vertellen honderduit over Zweden en Noorwegen en vertellen onze alle must do’s. Natuurlijk gaan we ook op verkenning in Sunne. Wij bezoeken het huis van de eerste vrouwelijke Nobelprijswinnares Selma Lagerlöf (90 ZK) en het oude kerkje van Gräsmark. Een aantal wandelingen door de heerlijke, Zweedse bossen kunnen natuurlijk niet ontbreken. Een kleine tip: de wegnummers in Zweden zijn omringd door een witte onderbroken lijn, dat verwijst naar de richting van de weg die je uitgaat, maar je zit nog niet effectief op deze weg.

 
 

Sunne – Oslo | 238 km

Vandaag trekken we richting Noorwegen. Maar eerst staat er nog (gratis) een bezoek op onze agenda aan de linnenweverij in Arnika (Kläsbol). We leren hoe tafelkleden voor de uitreiking van de Nobelprijzen worden gemaakt. We lunchen op de parking en daarna leggen we nog 166 km af vooraleer we Oslo bereiken.  We parkeren op de camperplaats van Oslon Drammensveien 164. Je betaalt hier 22 kronen voor alle voorzieningen. Het is duur maar wel dichtbij de bron. We trekken 2 dagen uit om Oslo te bezoeken. De moderne, futuristische gebouwen vallen meteen op. Oslo is één van Europa’s snelst groeiende steden met een bevolking van wel 700 000 personen. Je kan Oslo het best omschrijven als een wereldstad tussen de bossen en de fjord. Je vindt er een overvloed aan musea, restaurants en kunst maar er hangt nog altijd de sfeer van een vele kleinere stad. De stad zelf wordt omringd door honderden vierkante kilometers beboste heuvels. Je kan het centrum makkelijk te voet of met de fiets te verkennen. Oslo is geknipt voor een citytrip, alleen wordt het in je portefeuille al snel duidelijk dat je in een Scandinavisch land bent. Gelukkig hebben we onze eigen voorraad uit België meegenomen. 

 


 

Als eerste bezoeken we het Vigelandpark. We parkeren ons dichtbij het Vigelandpark. Het park is het grootste park dat gesierd wordt door zoveel beeldhouwwerken van slechts één persoon, uiteraard, Gustav Vigeland. Het levenswerk van Gustav Vigeland bestaat uit meer dan 200 werken in brons, graniet en ijzer. De kunstenaar beslist mee over het de aanleg van het hele park. Een prachtig stukje kunst en natuur, waarin je rustig kan verdwalen. Het wordt al snel duidelijk dat Vigeland In allerlei vormen de kringloop van het leven uitbeeldt. Zeker de moeite! Het park is zelfs gratis en toegankelijk voor iedereen. We wandelen verder langs de haven, beklimmen de helling die ons brengt naar de vesting Akershus Slott waar we ons laten verleiden tot een geleid bezoek tegen de prijs van 50 kronen, met een Engelstalige gids. (Let op er zijn renovatiewerken gepland). Later stappen we langs de Karl Johans Gate waar het koninklijk paleis ligt, dat niet zo indrukwekkend is. In het stadhuis bezoeken we de zaal waarin jaarlijks de Nobelprijzen worden uitgereikt. Het geeft toch wel een speciaal gevoel om in dezelfde kamer te staan waar zoveel belangrijke, betekenisvolle figuren ons zijn voorgegaan.


   
 

Oslo – Hovet i Hallingdal | 300 km

Na onze gezellige 2-daagse, verlaten we Oslo en rijden we richting Drammen. We willen er graag de ‘spiraal’ rijden. Deze klim brengt je spiraalsgewijs naar de top van de berg waarop je een mooi uitzicht hebt op de Drammen-rivier. Een deel van het gesteente van de berg is gebruikt bij de aanleg van wegen. Nadat we genoten hebben van het landschap trekken we naar Rjutkan. We rijden via de E134 en komen langs Kongsberg waar je met een treintje de zilvermijnen kan verkennen. Onderweg genieten we van de eindeloze bossen waartussen het rendiermos hel oplicht. In Heddal stoppen we even bij het staafkerkje. We verlaten de E314 richting Rjukan en Tuddal en een steile, smalle klim brengt ons tot boven de boomgrens en tussen de sneeuw. Op 125 km stoppen we op de Gaustatoppen in de Tinn Kommune. Het is er erg koud en we kijken neer op een bevroren meer. In Rjukan moeten we via een enge helling naar de parkeerplaats om Vemork te bezoeken. Via een brug, waar benjispringers staan aan te schuiven, klimmen we naar het museum waar ooit zwaar water werd geproduceerd dat de Duitsers wilden in beslag nemen om er een atoombom mee te vervaardigen. Erg boeiend en leerrijk (toegang 65 NK). Hier spreken ze Nynorsk naast Bokmal, een officiële Noorse taal. Na onze uitstap keren we terug langs de 37, de Tinnefjord en we bollen verder over weg 364. Hoog en eenzaam voert de weg ons langs rivieren, meren en sneeuw. We overnachten langs weg 50 op camping Birkelund (€ 14).

 
 
Birkelund – Hoyheimsvik | 211 km

We rijden doorheen de Aurlandsdalen nadat we eerst een donkere tunnel overleefd hebben van 3,2 km. De tunnels volgen elkaar nu in snel tempo op. In totaal passeren we wel 12 tunnels. De ene al veiliger dan de andere. De laatste brengt ons naar hogere oorden. In Aurlandsvangen op de rotonde nemen we niet richting E16, een weg die ons zou leiden naar een 25 km lange tunnel. Maar we nemen afslag 2, richting Stegastein, Laerdal. De klim is de eerste kilometers smal en beangstigend. Er is genoeg plaats voor één auto,  maar af en toe wordt de weg ietsje verbreed met een uitwijkplaats. De Trollen en Elfen in Flam laten we aan ons voorbijgaan. (Een toeristisch treintje brengt je langs een aantal highlights en openluchttheater met Trollen en Elfen.) Na ongeveer 65 km rijden houden we halt bij een uitzichtpunt met houten steiger en aanschouwen een cruiseschip met kapitaalkrachtige Japanners in het Aurlanderfjord. We rijden verder naar de jachthaven en na nog een tunnel nemen we de overzet om wat kilometers en tijd te besparen (197 NK). Een kwartiertje later vervolgen we weg 5. We overnachten op camping VIKI. Het meer, de nauwelijks ondergaande zon en de klaterende waterval zijn een waar genot. Het zullen onuitwisbare indrukken blijven.

 
   
 

Hoyheimsvik – Olden | 259 km

Aangezien de duisternis ver weg is, lukt het makkelijker om vroeg op te staan. We vertrekken via de E55 om enkele kilometers later weer aan een adembenemende pas te beginnen. De lokale bewoners spreken hier over ‘het mooiste wat Noorwegen te bieden heeft’. Het begin is eens te meer even slikken. Het is hier erg steil en tegenliggers ontmoeten we hier liever niet. We overleven de klim zonder kleerscheuren en houden richting Lom aan. Via erg smalle weggetjes, talloze watervallen, muren van sneeuw – er wordt geprobeerd de passen vrij te krijgen tegen begin juni – en uitgestrekte besneeuwde vlakten die erg verraderlijk, meertjes en riviertjes bedekken. Onderweg zijn voldoende rustplaatsen en staanplaatsen voor de camper. Na 102 km bereiken we Lom. We vullen onze levensmiddelen aan in de Coop – de kronen swingen de pan uit – om ons even verder te installeren op de ruime parking bij de staafkerk van Lom. Met een Nederlandse tekst en 45 kronen armer begeven we ons in de kerk en genieten we van deze typisch Noorse bouwwijze. De streek rondom Lom is de droogste van Noorwegen vandaar dat we overal beregeningsinstallaties in werking zien. Via weg 15 rijden we doorheen het overweldigende Ottadal. We hebben een tegenslag, weg 258 is afgesloten omdat die nog niet sneeuwvrij is. Van Stryn rijden we naar Olden. Aan de Innvikfjord, ligt een cruiseschip van de ons inmiddels bekende rederij Costa. We rijden richting Briksdalbreen. Overnachten doen we op camping Gryta (150 NK) met uitzicht op de gletsjer ‘Melkevoll’. De weerspiegeling van de bergen en het landschap in het meer doen ons twijfelen aan welke kant van de waterlijn de werkelijkheid ligt. De volgende dag rijden we tot op de parking bij de gletsjer (50 NK) en via een licht hellend en oneffen pad komen we na 50 min wandelen aan bij de voet van de gletsjer. Vele tijdgebonden toeristen, worden aangevoerd met tientallen autobussen en leggen de afstand af in open wagentjes getrokken door een surrogaat treintje.


 
 

 Olden – Valldal | 172 KM

We rijden verder via weg 63 en passeren opnieuw langs sneeuwmuren en autocars met toeristen die al onze aandacht opeisen tijdens de rit. We houden enkele keren halt om het panorama op de Geirangerfjord in ons op te nemen. Ondertussen liggen ver beneden cruiseschepen als playmobilbootjes in de fjord. Na 133 km nemen we de overzet over de Nordalfjord (182 NK en 10 minuutjes varen). We vervolgen weg 63 ri. Aldalsnes en overnachten op camping Uritun in Valldal. Achteraf bekeken hadden we beter kunnen staan in Eidsdal bij de overzet.

 

Valldal – Andalsnes – Alesund | 172 KM

Vandaag zullen we getuigen zijn van een prachtige schepping gerealiseerd door veel zweet en inzicht, de Trollstigveien (Trollenweg). Via weg 63, stroomversnellingen, aardbeienplantages en boomgaarden bereiken we de pas waarnaar we al lang uitkeken. De dichte mist aan de oostkant doet ons even wanhopen, maar naarmate we meer westelijk rijden en aan de afdaling beginnen klaart het op en genieten we van dit staaltje vakmanschap. Op 32 kilometer zijn ze bezig met een uitkijkplatform te bouwen. Je moet hier wel ver vooruitkijken en anticiperen om conflicten met stijgende autobussen te vermijden. We rijden richting Alesund. We genieten er van de langgerekte haven, de terrasjes en winkels. We worden er nostalgisch van. Zeker een oponthoud waard. We zetten ons op de Bobilparkering. Die ligt aan het water op 300 meter afstand van het centrum met veel voorzieningen. Helaas vraagt de betaalautomaat € 21,50 van ons.
 


 

Alesund – Roros | 421 KM

We kunnen er niet onderuit, terug de E136 op. In Dombäs houden we halt op de parking bij de kerk en lopen het toeristenbureau binnen terwijl een levensgrote trol op ons neerkijkt. In het bureau krijgen we een voorstelling van de lokale fauna. Hierna kopen we nog een cilinder ‘Tine Ekte Geitost’ kaas en we kunnen weer op pad. We tuffen richting Oppdal en de hoogvlakte waarover we rijden is ontspannend. Na een aangename rit bereiken we Roros, dat staat op de werelderfgoedlijst van de Unesco. We overnachten, gratis deze keer, op de site van de oude mijn. We bezoeken het ook nog het kopersmelterijmuseum met audioguide.

 
Roros – Mora | 322 KM

We rijden in Drevsjo de Zweedse grens over. Ondertussen veranderd ons landschap zichtbaar. Sparren worden nu ingeruild voor berken en berken voor dennen. Via wegnr. 70 volgen we de koperroute (koppervei). We overnachten bij een jeugdherberg langs de weg.

Mora – Falun | 87 KM

We vertrekken richting Rättvik, en gaan verder naar Nusnäs. We bezoeken de werkplaatsen waar het meest verkochte aandenken aan Zweden wordt gemaakt: de Dalapaarden. De toegang is gratis. We rijden verder naar weg 70. In Rätvikk wandelen we tot bij de kerk en zien er de bijzondere kerkstallen. In terugkomen wandelen we langs het Siljanmeer en lopen we  over de langste Europese steiger in een meer. In Falun bezoeken we de oude kopermijn: Falugruva (1,5 u. en €25). De mijn is zeker de moeite. Bovendien ontdekken we er de enorme voorliefde van de Zweden voor de oude Amerikaanse wagens. Echt prachtig.

Falun – Gränna | 370 KM

We kunnen er niet omheen, Gränna hoort op de lijst van onze haltes. We overnachten dicht bij het meer. Het kan betalend (140ZK incl. elektra) of gratis op de parking. We slenteren langs de talloze winkeltjes waar de bekende kleurrijke zuurstokken worden gekneed. Bij de haven nemen we de overzet naar het eiland Visingsö in het Vättermeer.

Gränna – Helsingborg | 274 KM

Onderweg bezoeken we het fabrieksmuseum van Husqvarna (40ZK). Tussen de talloze tentoongestelde motoren ontwaren we er eentje van Jacky Martens. Ook weer een aanrader. Nu beginnen we aan onze rit naar huis, richting Geel. We moesten deze reis iets dieper in onze geldbeugel tasten maar het loonde meer dan de moeite. Noorwegen is in alle seizoenen een prachtige bestemming. Dankzij de lange zomerdagen kan je lang genieten van de natuur en in de winter is het een topbestemming avontuurlijke voor winterreizen. Van één ding zijn we zeker, de fascinerende, pure, grilligheid van het landschap betovert je.